Groempie
Uitspraak: gɹu m-pis (met de Engelse stemloze/zachte g-klank als in 'good', en de Nederlandse heldere -ies)
1. (zelfstandig naamwoord) Een bijzonder lief, aandoenlijk en speels persoon; iemand met een tikkeltje aangename gekte of een onvoorspelbare, warme humor.
◦ Synoniemen: schattebout, lieveling, goedzak.
2. (meervoud: groempies) Liefdevolle, vriendschappelijke koosnaam voor een groep mensen (publiek, vrienden of familie) die men op een fijne of verrassende manier toespreekt.
3. (bijvoeglijk naamwoord: groempie, groempier, groempiest) Warm, knus en gezellig op een speelse manier.
1. (zelfstandig naamwoord) Een bijzonder lief, aandoenlijk en speels persoon; iemand met een tikkeltje aangename gekte of een onvoorspelbare, warme humor.
◦ Synoniemen: schattebout, lieveling, goedzak.
2. (meervoud: groempies) Liefdevolle, vriendschappelijke koosnaam voor een groep mensen (publiek, vrienden of familie) die men op een fijne of verrassende manier toespreekt.
3. (bijvoeglijk naamwoord: groempie, groempier, groempiest) Warm, knus en gezellig op een speelse manier.